Tapas

Het woord tapa komt van het Spaanse werkwoord tapar, wat "afdekken" betekent. De traditie van het ontstaan van het eten van tapas is verbonden aan een anekdote: Spanjaarden zijn gewend om staand aan de bar een drankje en hapje te nuttigen.

Om te voorkomen dat er insecten in de wijn of het bier zouden komen, dekte de barman glazen af met een stuk chorizo (worst) of serrano (ham). In sommige verhalen wordt gesproken over het afdekken van het glas met een schoteltje vol hapjes. Het eten van tapas tijdens het consumeren van wijn of bier zou verder de alcoholopname in het lichaam versterken. Zo zouden zoute tapas een goede manier zijn om meer drank te verkopen.

Tapas zijn niet zomaar hapjes, ze zijn de exponent van een aparte levensstijl.

Het zijn diverse kleine hapjes waar je rustig kan van pikken en worden vaak per stuk verkocht met wat brood erbij en evenveel vorkjes als er kandidaat snoepers zijn. Meestal worden ze per drie of vier tegelijk besteld. Hierna kan men ten alle tijden bijbestellen. Niet alleen in Spanje zijn tapas populair, ook in Midden-Amerika zijn deze gerechtjes ingeburgerd. In Spanje drinkt men weliswaar makkelijk wijn bij de tapa, in de Zuid - Amerikaanse cantina hoort bij elke cerveza een stevige portie tapas. In Spanje bestaan er geen algemeen typisch Spaanse tapas, wel komen bepaalde ingrediënten steeds terug zoals de ansjovis, de pulpo of de pikante worsten.